Haken

Een haak is een puntige overgroei van de eerste of de laatste maaltand. Ze ontstaan door het plaatselijk onvoldoende afslijten van die tand in verhouding tot de rest van het gebit. Haken vooraan en achteraan komen zeer frequent samen voor bij hetzelfde paard. Haken kunnen zeer scherp zijn en als ze gedurende lange tijd verwaarloosd worden kunnen ze zo lang worden dat ze doorgroeien tot in het tandvlees van de tegenoverliggende kaak.

Voorste haak

Dit is een haak op de eerste maaltand. Bij opnemen van de teugels kan de lip geplet worden tussen bit en haak. De remedie is hier de haak regelmatig te verwijderen en de tand mooi af te ronden. 

  

 

Achterste haak

Deze komt voor op de laatste maaltand. Achterste haken zijn scherp, geven pijn bij het eten en hinderen de voorachterwaartse beweging van het gebit tijdens het rijden. 

 Als ze niet op tijd opgemerkt worden, zoals deze, kunnen ze doorgroeien tot in het bot van de tegenoverliggende kaak.